Meertaligheid is winst

Op weg naar kwalitatief Taalbewust onderwijs 

met focus op NT2 en meertaligheid

# 22  Meertaligheid is winst

Dit schooljaar zetten veel scholen de eerste stappen met de nieuwe kerndoelen. De vorige kerndoelen waren inmiddels bijna twintig jaar oud. De nieuwe doelen moeten meer duidelijkheid bieden en beter aansluiten bij de huidige onderwijspraktijk. Een belangrijk thema daarin is meertaligheid.

 

De Onderwijsraad publiceerde vorig jaar adviezen en aanbevelingen over meertaligheid in het onderwijs. Een relevant onderwerp voor vrijwel iedere school, want bijna overal zitten leerlingen die naast het Nederlands nog een andere taal spreken. Dat kunnen talen zijn van recente nieuwkomers, zoals Oekraïens, Arabisch of Tigrinya. Maar ook Turks en Marokkaans bij leerlingen van de tweede, derde of vierde generatie. En zelfs streektalen en dialecten zoals Fries, Limburgs en Brabants vallen onder meertaligheid.

Toch wordt meertaligheid op school nog regelmatig als een probleem gezien.

 

 

Van belemmering naar bron

 

Een leerling begrijpt een uitleg niet en de reactie is al snel: ‘Waarom snapt hij dit niet?’ Zeker bij leerlingen die nog maar kort Nederlands leren, vergeten we soms hoeveel er eigenlijk van hen wordt gevraagd. Zij proberen een les over geschiedenis, biologie of economie te volgen terwijl ze tegelijkertijd een grote hoeveelheid nieuwe Nederlandse woorden en formuleringen moeten verwerken.

Soms wordt de andere taal juist helemaal buiten beschouwing gelaten. De docent richt zich volledig op het Nederlands.

 

Dat is jammer.

 

Want achter die andere taal zit een schat aan kennis. Niet alleen kennis van woorden en grammatica, maar ook voorkennis, schoolkennis en manieren om taal te begrijpen. Die kennis kunnen we in onze lessen benutten, ook als we zelf geen woord van de taal spreken.

 

 

Ik weet uit ervaring hoe belangrijk dat is

 

Toen ik achttien was, woonde ik een jaar in Noorwegen als uitwisselingsstudent. Ik kwam daar terecht in de eindexamenklas van de Videregående Skole. Ik had voordat ik naar school ging precies één week Noorse les gehad.

 

Je kunt je voorstellen dat ik in het begin met enigszins tutende oren in de klas zat.

Toch begreep ik verrassend veel.Niet omdat mijn Noors zo goed was, maar omdat ik al kennis had van de onderwerpen die in de lessen aan bod kwamen.

 

In mijn Nederlandse examenjaar had ik bijvoorbeeld bij geschiedenis uitgebreid de Sovjet-Unie behandeld. Toen dat onderwerp in Noorwegen opnieuw werd besproken, kon ik mijn bestaande kennis gebruiken als houvast.

 

Met mijn woordenboek, wat taalcreativiteit en vooral mijn voorkennis kon ik een groot deel van de les volgen. Op een toets schreef ik vervolgens antwoorden in een mengeling van Noors, Engels, Duits en Nederlands. Mijn docent moest soms even puzzelen over wat ik bedoelde, maar de inhoud was grotendeels overgekomen. Ik kon daardoor zelfs een voldoende halen.

 

Dat was voor mij een belangrijke les: je taalniveau bepaalt niet automatisch hoeveel je van een onderwerp weet.

 

 

Gebruik wat er al is

 

Ook mijn kennis van het Nederlands hielp me om het Noors sneller te leren. Ik wist bijvoorbeeld hoe werkwoordvervoegingen werken en herkende overeenkomsten tussen Nederlandse en Noorse woorden.

Daardoor hoefde ik niet opnieuw te leren hoe een taal werkt. Mijn aandacht kon vooral gaan naar wat anders was.

 

Dat principe kunnen we ook gebruiken bij onze NT2-leerlingen.

Vraag bijvoorbeeld eens:

  • Hoe vervoeg je werkwoorden in jouw taal?
  • Welke woordvolgorde ben je gewend?
  • Hoe zeg je dit woord in jouw taal?
  • Hebben jullie in jouw taal ook lidwoorden?
  • Welke woorden ken je al over dit onderwerp?
  • Kun je eerst in je eigen taal opschrijven wat je hierover weet?

Zo activeer je kennis die anders misschien verborgen blijft.

 

 

Laat leerlingen eerst denken in de taal die ze het beste beheersen (of allebei)

 

Een eenvoudige manier om meertaligheid te benutten, is leerlingen ruimte te geven om hun voorkennis eerst in hun eigen taal te activeren.

 

Stel dat je in de biologieles een brainstorm laat maken over het menselijk lichaam. Een leerling kent misschien twintig relevante woorden in het Arabisch, Oekraïens of Tigrinya, maar slechts vijf daarvan in het Nederlands.

 

Als je alleen om Nederlandse woorden vraagt, lijkt het alsof de leerling weinig weet.

Laat je de leerling eerst brainstormen in de taal die hij goed beheerst, dan kan er ineens veel meer kennis naar boven komen. Vervolgens kun je samen kijken welke woorden daarvan de leerling in het Nederlands nodig heeft.

Je maakt van een taalbarrière daarmee een taalleerkans.

 

 

Je hoeft de taal van je leerling niet te spreken

 

Je hoeft als docent echt geen Arabisch, Oekraïens, Tigrinya of Turks te beheersen om meertaligheid te kunnen inzetten.

 

De website Moedint2.nl geeft bijvoorbeeld informatie over verschillen tussen het Nederlands en verschillende andere talen. Maar je leerling is vaak zelf de beste bron.

 

Een voorbeeld: als je weet dat Tigrinya een ander schrift gebruikt dan het Nederlands, begrijp je misschien beter waarom een Eritrese leerling moeite heeft met bepaalde aspecten van het Nederlandse schrift.

 

Of neem de lidwoorden. Een leerling die een taal spreekt waarin geen lidwoorden voorkomen, moet niet alleen nieuwe woorden leren. Hij moet ook een compleet nieuw taalsysteem leren.

 

Dat verandert de vraag van ‘Waarom vergeet deze leerling steeds het lidwoord?’ in ‘Wat moet deze leerling eigenlijk allemaal opnieuw leren?’

 

En dat verschil in kijken is belangrijk.

 

 

Meertaligheid gaat ook over kennis

 

Meertaligheid gaat bovendien niet alleen over taal.

Leerlingen brengen ook kennis mee uit hun vorige school, hun land en hun omgeving. Die kennis sluit niet altijd aan bij wat in Nederlandse methodes staat, maar kan wel degelijk waardevol zijn.

 

Laat die Chinese leerling bijvoorbeeld eens vertellen wat hij al weet over de geschiedenis van China. Misschien weet hij daar veel meer over dan jij of het Nederlandse lesboek.

 

Of kijk naar woordenschat. Een Franse leerling kan bijvoorbeeld reconnaître gebruiken waar wij onderscheid maken tussen herkennen en erkennen. Vanuit het Nederlands lijkt dat misschien een fout. Vanuit het Frans is het juist heel logisch.

 

Als je weet waar een fout vandaan komt, kun je een leerling veel gerichter helpen.

 

 

Wat vraagt dit van ons als docent?

 

De Onderwijsraad adviseert scholen om de talige diversiteit van leerlingen daadwerkelijk te benutten en hier in het schoolbeleid rekening mee te houden. Daarbij is ook aandacht nodig voor kennis en professionalisering van medewerkers. Daarnaast adviseert de Onderwijsraad om de wettelijke ruimte rondom meertaligheid beter te benutten.

 

Maar daarvoor moeten we als school natuurlijk wel weten welke ruimte er is én hoe we die kunnen gebruiken.

 

Dat begint wat mij betreft bij een andere manier van kijken.

Niet:

Deze leerling spreekt nog niet goed genoeg Nederlands.

Maar:

Welke kennis en taalvaardigheid brengt deze leerling al mee en hoe kan ik die inzetten om het Nederlands en de leerstof verder te ontwikkelen?

 

Uiteindelijk gaat het om dezelfde eindstreep

 

Natuurlijk zullen leerlingen in het Nederlandse onderwijs uiteindelijk hun examens in het Nederlands moeten maken. Een goede beheersing van het Nederlands blijft belangrijk.

Maar de weg daar naartoe hoeft niet onnodig moeilijk te zijn.

 

Als we de kennis en talen die leerlingen al hebben als vertrekpunt gebruiken, kunnen we veel hindernissen wegnemen. We begrijpen beter waar bepaalde fouten vandaan komen, kunnen nieuwe woorden beter verbinden aan bestaande kennis en geven leerlingen de mogelijkheid om op hun eigen intellectuele niveau mee te doen.

 

Meertaligheid is dan geen belemmering die we eerst moeten oplossen. Het is een kracht die we kunnen benutten.

 

En misschien zorgen we er daarmee ook voor dat meer leerlingen uiteindelijk op hun eigen niveau examen kunnen doen en slagen, in plaats van af te stromen omdat hun Nederlands nog niet sterk genoeg is om te laten zien wat ze werkelijk kunnen.

 

 

Met de boeken Taalbewust Lesgeven in een OOgopslag kun je een start maken met de aanbevelingen van de Onderwijsraad. Of vraag de 10 taaltips aan, om kennis te maken. 

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Het Taalwiel 

Rekeningnummer NL98KNAB0800128249

KvK-nummer 42034527  BTW-nummer NL005447388B97

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.