
Wat vind jij ervan... dat leerlingen hun thuistaal op school mogen gebruiken?
Op het internet zie ik deze vraag regelmatig voorbijkomen:
Wat vind jij ervan dat leerlingen hun thuistaal op school mogen gebruiken?
De reacties variëren van 'belachelijk' tot 'ze moeten maar Nederlands leren’ en daarna zie je weer allerlei negatieve onderbuikgevoelens over buitenlanders en asielzoekers voorbij komen.
Maar dat is helemaal niet de kwestie.
De kwestie is dat het benutten van de thuistaal van leerlingen het leren van het Nederlands bevordert, naast het welbevinden van de leerlingen.
En hoe benut je die thuistaal dan?
Nee, niet door de leerlingen onderling alleen maar hun eigen talen te laten spreken.
Wel door de Nederlandse woordenschat actief te koppelen aan hun bestaande thuistaal-woordenschat, door ook te vragen: wat is dit begrip in jouw taal?
Soms worden de verschillende vertalingen op een vel papier rond het Nederlandse woord in de klas opgehangen. Dit zorgt voor actiever leren van het Nederlandse woord of begrip, doordat ze af en toe kunnen kijken of ze het nog goed weten.
Je kunt ook leerlingen samen laten werken. Samen kennen ze meer Nederlandse woorden dan alleen. 'Hoe zeg ik ... ook weer in het Nederlands?’ ‘Dat is ….’ ‘O ja, dank je'.
Of je kunt zelfs (heel effectief bij wat oudere leerlingen) een opdracht eerst in de voorkeurs- taal laten schrijven, en deze daarna laten vertalen, ipv direct in het Nederlands te laten schrijven. De verschillen in resultaten zijn enorm.
'Nu is schrijven wel leuk!'
Mijn 4-VWO-leerling Nour (niet haar echte naam) zei verbaasd toen ik dit toepaste in de les, dat ‘Schrijven nu wel leuk was!’ En toen ik haar aangaf dat ze waarschijnlijk in het Nederlands maar twee-derde geschreven zou hebben van wat nu op papier stond, verbeterde ze me: ‘Nee mevrouw, dan was het maar de helft!’
Creatief brein vs. analytisch brein
Dat komt omdat de leerling veel kennis heeft, in zowel eigen taal als opgedaan in de vaklessen in Nederland.
Door de kennisvoorraad uit beide taalgebieden eerst te laten verwerken in de 'gemakkelijkste taal' (kan op termijn ook een combi van beide talen zijn), en daarna pas te focussen op taalregels, grammatica en zinsbouw, krijg je veel vollediger en meer doordachte antwoorden dan wanneer de taal het denkproces nog niet zo snel kan volgen.
Door deze processen los te koppelen en gebruik te maken van de thuistaal kan de leerling beter laten zien wat hij weet.
Toetsen we kennis of taalvaardigheid?
Want wat wil je nu eigenlijk toetsen: kennis of taalniveau? Daarnaast hoeft de docent de thuistalen van de leerlingen helemaal niet te beheersen, want het werkstuk komt er toch in het Nederlands uit.
Ze hebben de klok horen luiden...
Kortom: het onderbuikgevoel dat de vraag oproept, laat eigenlijk zien dat de meeste mensen geen idee hebben waar de klepel nu eigenlijk hangt.
Want zijn bovenstaande voorbeelden nu zo'n aanslag op het Nederlandse onderwijs?
Sneeuwt de Nederlandstalige leerling dan onder? Wordt van de docent het onmogelijke verwacht: alle talen kennen?
Nee, het tegendeel: Het zorgt voor beter onderwijs voor de leerlingen die juist dat meertalige taalsteuntje kunnen gebruiken.
Daarom is het ook opgenomen in de nieuwe kerndoelen.
NT2-didactiek is niet alleen voor NT2-ers! Taalbewust lesgeven is zinvol voor alle leerlingen!
Het leuke is, dat veel Nederlandstalige leerlingen ook zoveel baat kunnen hebben bij de didactiek die gebruikt wordt voor NT2-leerlingen.
Benutten van meertaligheid is maar een klein onderdeel daarvan.
Wil je ook meer Taalbewust lesgeven? Volg me dan op facebook of LinkedIn of bestel één van mijn boeken
